ECLI:NL:RVS:2018:315
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens niet verstrekken loonbescheiden bij korte arbeidsduur
De minister legde aan een payrollbedrijf een boete van €7.000 op wegens het niet tijdig verstrekken van loon- en urenbescheiden aan de Inspectie SZW, in strijd met artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De minister matigde de boete op basis van een arbeidsduur van twee maanden, terwijl de arbeidsovereenkomst feitelijk minder dan een maand duurde.
De rechtbank verklaarde het beroep van het payrollbedrijf ongegrond, maar de Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de minister ten onrechte uitging van een arbeidsduur van twee maanden. Volgens de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wmm moet bij een arbeidsduur korter dan een maand een boete van €5.000 worden opgelegd.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, herroept het boetebesluit en stelt de boete vast op €5.000. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de beleidsregels bij boetebepaling en het juiste vaststellen van de arbeidsduur.
Uitkomst: De boete wordt verminderd van €7.000 naar €5.000 vanwege een arbeidsduur korter dan een maand.