ECLI:NL:RVS:2018:3159
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning vergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 20 juli 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de maatregel van bewaring niet onrechtmatig heeft geacht, terwijl het terugkeerbesluit onrechtmatig was verklaard en vernietigd. Dit betekent dat de bewaring zonder een rechtmatig terugkeerbesluit is opgelegd, waardoor de maatregel van meet af aan onrechtmatig was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit alsnog gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing meer gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van de bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.