ECLI:NL:RVS:2018:3160
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning vergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 20 juli 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank onterecht de maatregel van bewaring niet onrechtmatig achtte, terwijl het terugkeerbesluit gelijktijdig werd vernietigd wegens onrechtmatigheid. Hierdoor ontbrak een rechtmatig terugkeerbesluit als grondslag voor de bewaring.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de bewaring al was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, de bewaring onrechtmatig verklaard en een vergoeding toegekend.