ECLI:NL:RVS:2018:3223
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging gebiedsverbod wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijke rapportage
De burgemeester van Breda legde op 27 oktober 2016 een gebiedsverbod van twaalf weken op aan [wederpartij] voor het gebied Valkenberg-Station, naar aanleiding van een politie-rapportage over vermoedens van drugshandel en het aantreffen van een groot slagersmes. De burgemeester handhaafde dit besluit na bezwaar, maar de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde het besluit vanwege onvoldoende bewijs en onduidelijkheden in de rapportage.
In hoger beroep betoogde de burgemeester dat hij discretionaire bevoegdheid had en dat de rapportage, ondanks anonimiteit en gebrek aan ondertekening, voldoende aanleiding bood voor het gebiedsverbod, mede gelet op de eerdere gedragingen van [wederpartij]. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de rapportage onvoldoende concreet, verifieerbaar en onderbouwd was, mede door het ontbreken van ondertekening, datum, en duidelijke identificatie van verbalisanten.
Daarnaast was onduidelijkheid over de herkomst van de rapportage en de aanwezigheid van het mes, welke door [wederpartij] werd betwist. Hoewel de burgemeester de historie van [wederpartij] mocht meewegen, moest het gebiedsverbod gebaseerd zijn op nieuwe feiten die de openbare orde daadwerkelijk bedreigen. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het gebiedsverbod onrechtmatig was opgelegd en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en het gebiedsverbod vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing.