ECLI:NL:RVS:2020:91
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek overlast en strijd met bestemmingsplan in Haelen
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal wees op 21 november 2017 een verzoek van appellanten af om handhavend op te treden tegen buren die volgens appellanten overlast veroorzaakten door onaangelijnde honden, niet opgeruimde uitwerpselen en het houden van dieren in strijd met het bestemmingsplan. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Limburg die het besluit bevestigde, werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college voldoende controles had uitgevoerd, waaronder tien onaangekondigde controles en twee huisbezoeken, en dat deze controles representatief en deugdelijk waren. Er was geen bewijs dat de honden onaangelijnd werden uitgelaten binnen de bebouwde kom, dat uitwerpselen niet werden opgeruimd of dat het geblaf de nachtrust verstoorde. Ook de stelling dat de controles te kort en voorspelbaar waren, werd verworpen.
Ten aanzien van het bestemmingsplan stelde de Raad van State vast dat het houden van dieren en het jaarlijks fokken van één nestje pups of kittens een hobbymatig karakter heeft en geen ruimtelijke uitstraling die strijdig is met het planologisch toegestane gebruik. Er was geen bewijs van bedrijfsmatige activiteiten of dat paarden van derden werden gestald tegen vergoeding.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.