ECLI:NL:RVS:2018:3235
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Bij besluit van 13 augustus 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de werkwijze van de staatssecretaris bij het staandehouden, overbrengen en ophouden van rechtmatig verblijvende Dublinclaimanten onrechtmatig was, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 4 september 2018. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond en kende een schadevergoeding toe over de periode van 13 tot 16 augustus 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand door een derde partij.
De uitspraak werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 3 oktober 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.