ECLI:NL:RVS:2018:3274
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens hennepplantage op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning gesloten voor drie maanden nadat de politie een in werking zijnde hennepplantage met 314 planten aantrof. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond en oordeelde dat de sluiting niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, omdat de bevoegdheid wettelijk is voorzien en het belang van de openbare orde gediend wordt.
De appellant stelde dat het Damoclesbeleid van de burgemeester onredelijk en in strijd met het EVRM en de Grondwet is, en dat de sluiting een punitieve sanctie vormt in strijd met artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Damoclesbeleid passend is en dat de burgemeester alle omstandigheden moet meewegen, waaronder bijzondere omstandigheden die een onevenredige sluiting kunnen rechtvaardigen.
De Afdeling concludeerde dat de sluiting proportioneel en noodzakelijk was gezien de omvang van de hennepplantage en het doel om herhaling en criminele activiteiten te voorkomen. De maatregel is een bestuurlijke maatregel en geen strafrechtelijke sanctie, waardoor artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de sluiting van de woning voor drie maanden bevestigd.