ECLI:NL:RVS:2018:1151
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens hennepteelt en drugshandel na herhaalde overtredingen
De burgemeester van Heerlen heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor zes maanden nadat de politie op 11 maart 2016 4 kg hennep, wapens, munitie en goederen voor verwerking en verkoop van hennep aantrof. Dit was niet de eerste constatering; in 2010 was ook al een grote hoeveelheid hennep aangetroffen, waarvoor een waarschuwing werd gegeven.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de bewoner tegen de sluiting ongegrond en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De burgemeester mocht afwijken van het uitgangspunt van een waarschuwing en direct sluiten vanwege de ernst van de situatie en het feit dat de woning niet als woonruimte werd gebruikt maar voor drugshandel.
De Afdeling overweegt dat de sluiting een bestuurlijke maatregel is gericht op beëindiging en voorkoming van overtredingen, niet op strafoplegging. De maatregel is proportioneel en noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde en rechten van anderen, ook gelet op artikel 8 EVRM Pro. Het beroep op het ne bis in idem-beginsel wordt verworpen omdat de sluiting geen strafrechtelijke sanctie is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woning voor zes maanden wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.