ECLI:NL:RVS:2018:3291
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake registratie niet-ingezetene in BRP
Het college van Amsterdam wees het verzoek van verzoeker af om onjuiste gegevens over zijn verblijf in de basisregistratie personen (BRP) te verwijderen. Verzoeker was per 1 oktober 2014 als niet-ingezetene geregistreerd, omdat het college van Amstelveen hem had uitgeschreven wegens vertrek naar onbekend. Verzoeker stelde dat hij niet geëmigreerd was, maar op vakantie in Marokko en daarna tijdelijk bij vrienden verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het college van Amstelveen niet in rechte vaststond en dat verzoeker aannemelijk had gemaakt dat hij ten onrechte was uitgeschreven. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en beval het college om opnieuw te beslissen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde echter vast dat het besluit van 30 oktober 2014 van het college van Amstelveen formeel rechtskracht heeft omdat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. De verzending van het besluit naar het laatst bekende adres geldt als geldige bekendmaking. Het verzoek van verzoeker was een verzoek tot correctie van de BRP en geen bezwaarschrift tegen dat besluit. De Afdeling oordeelde dat het college van Amsterdam terecht uitging van de formele rechtskracht en het verzoek mocht afwijzen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de formele rechtskracht rechtvaardigden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college van Amsterdam wordt ongegrond verklaard vanwege de formele rechtskracht van het besluit tot uitschrijving uit de BRP.