ECLI:NL:RVS:2024:363
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Wissels
- H.G. Sevenster
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitschrijving en herinschrijving in basisregistratie personen na onterecht besluit
Appellant was vanaf 11 juli 2017 ingeschreven in de basisregistratie personen (brp) op een adres in Rotterdam. Op 24 april 2019 werd hij per 12 december 2018 uitgeschreven omdat het college van burgemeester en wethouders meende dat hij niet meer op dat adres woonde en geen nieuwe verblijfplaats bekend was. Appellant stelde dat hij onafgebroken in Rotterdam woonde, eerst op een ander adres en vanaf 1 augustus 2019 weer op het oorspronkelijke adres.
Het college wees een verzoek tot correctie van de adresgegevens af, waarna appellant bezwaar en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, met als argument dat het besluit tot uitschrijving formele rechtskracht had en alleen bij bijzondere feiten en omstandigheden kon worden herzien.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat appellant voldoende bewijs heeft geleverd dat hij in de periode van 12 december 2018 tot 20 september 2019 op de genoemde adressen woonde. Daarnaast is het evident onredelijk om de formele rechtskracht van het uitschrijvingsbesluit aan appellant tegen te werpen, mede vanwege het reële risico op vertraging bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning.
Daarom vernietigt de Afdeling het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, herroept het eerdere besluit en beveelt het college appellant binnen vier weken in te schrijven op de juiste adressen in de brp. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en appellant wordt heringeschreven in de basisregistratie personen op de juiste adressen.