ECLI:NL:RVS:2018:3305
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent het gedrag na zedendelict bij vrijwilligersfunctie
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen vanwege een geregistreerd zedendelict. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het objectieve criterium inhoudt dat een zedendelict, indien herhaald in de beoogde functie, een risico vormt voor de samenleving en een behoorlijke uitoefening van de functie belemmert. Dit geldt ook ongeacht de persoonlijke omstandigheden van appellant. De functie betreft vrijwilligerswerk bij een voetbalvereniging waarbij minderjarigen betrokken zijn, wat een gezags- of afhankelijkheidsrelatie inhoudt.
Het subjectieve criterium biedt slechts beperkte ruimte voor afgifte van een VOG bij zedendelicten, zeker wanneer sprake is van een vergelijkbare functie als waarvoor het delict werd gepleegd. De staatssecretaris heeft terecht het belang van de samenleving zwaarder gewogen dan het belang van appellant, ondanks diens betoog over het tijdsverloop, professionele hulp en inzet bij andere vrijwilligersfuncties.
De Afdeling concludeert dat de weigering van de VOG niet evident disproportioneel is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege het risico van herhaling van een zedendelict in een functie met minderjarigen.