ECLI:NL:RVS:2012:BX1090
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag na zedendelict
De minister van Justitie weigerde op 7 oktober 2010 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) vanwege een eerdere veroordeling voor bezit en verspreiding van kinderpornografie. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Breda bevestigde dit besluit. Appellant stelde dat de weigering evident disproportioneel was, onder meer omdat hij jarenlang zonder incident in de zorg had gewerkt en dat zijn resocialisatie voldoende was.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat de minister terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij het zedendelict en de functie met gezagsrelatie een verscherpt toetsingskader vereisten. De ernst van het delict en de opgelegde straf rechtvaardigden de weigering. Het subjectieve criterium bood slechts beperkte ruimte voor afwijking, en de staatssecretaris mocht concluderen dat de weigering niet evident disproportioneel was.
De Raad stelde vast dat de rechtbank terecht oordeelde dat nadere inlichtingen van de reclassering niet noodzakelijk waren en dat het feit dat appellant door de weigering geen functie in de zorg kan vervullen geen bijzondere omstandigheid vormt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege een eerdere veroordeling voor een zedendelict en het risico voor de samenleving.