ECLI:NL:RVS:2018:3330
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet gebruiken gelaatsbescherming bij arbeidsongeval met houtversnipperaar
Op 5 maart 2015 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een medewerker van [appellante] een oog verloor door een uit een houtversnipperaar gesprongen deeltje. De medewerker droeg geen gelaatsbescherming. De minister legde daarop een bestuurlijke boete van €3.600 op wegens overtreding van de Arbowet en het Arbobesluit.
[Appellante] betwistte dat het gebruik van gelaatsbescherming noodzakelijk was, omdat de medewerker zich op zes tot zeven meter afstand van de machine bevond en de handleiding een veilige zone van anderhalf tot twee meter zou aangeven. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat het gevaar aanwezig was en dat de medewerker als gebruiker op de arbeidsplaats aanwezig was, waardoor het gebruik van gelaatsbescherming verplicht was.
Verder stelde [appellante] dat zij geen verwijt treft omdat de verhuurder van de versnipperaar een risico-inventarisatie en instructies had verzorgd. De Raad van State stelde dat [appellante] zelf geen risico-inventarisatie had gemaakt en ook geen eigen instructies had gegeven, waardoor zij wel verwijtbaar was.
Ten slotte wees de Raad van State het beroep op matiging van de boete af, omdat alleen een eerdere matiging van 25% wegens beschikbaar stellen van gelaatsbescherming was toegekend en verdere matiging niet gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €3.600 is bevestigd.