ECLI:NL:RVS:2018:3331
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht verlegging afvalwatertransportleiding ondanks bezwaar en beroep
Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier verzocht de minister om een gedoogplicht op te leggen aan de rechthebbende van een perceel grasland voor de verlegging en instandhouding van een afvalwatertransportleiding. De minister legde deze gedoogplicht op bij besluit van 31 augustus 2016 en handhaafde dit bij besluit van 13 december 2016. De rechthebbende maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De rechthebbende stelde dat de minister de hoorplicht had geschonden door een verzoek tot uitstel van de hoorzitting af te wijzen, mede vanwege een wijziging van gemachtigde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister niet in strijd met de hoorplicht had gehandeld, omdat de rechthebbende zelf of via een kantoorgenoot aanwezig had kunnen zijn en het belang van een voortvarende procedure meegewogen mocht worden.
Verder betoogde de rechthebbende dat het hoogheemraadschap geen serieuze poging had gedaan tot minnelijke overeenstemming en dat de vergoeding onredelijk was. De Afdeling stelde vast dat het hoogheemraadschap meerdere contacten had gehad, mediation had geprobeerd en dat de vergoeding niet onredelijk was. Ook was overleg over de ligging van de leiding gevoerd.
Ten slotte stelde de rechthebbende dat de werking van de besluiten had moeten worden geschorst, wat werd afgewezen omdat hij geen voorlopige voorziening had gevraagd. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.