ECLI:NL:RVS:2018:3332
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen kindgebonden budget 2012
De appellant ontving in 2012 voorschotten kindgebonden budget, die definitief werden vastgesteld op € 1.707,00, met een terugvordering van € 249,00 wegens te veel ontvangen voorschotten. De appellant stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de Belastingdienst/Toeslagen niet eerst in gebreke had gesteld zoals vereist volgens artikel 6:12 Awb Pro.
Appellant voerde aan dat hij wel een ingebrekestelling had gedaan, onderbouwd met een brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 3 oktober 2016. De Raad van State oordeelde echter dat deze brief betrekking had op huurtoeslag en niet op het kindgebonden budget, zodat niet is voldaan aan de ingebrekestellingseis. Daarnaast is de dwangsomregeling wegens niet tijdig beslissen niet van toepassing op besluiten over het jaar 2012.
De appellant diende nadere stukken in die buiten de reikwijdte van het geding vielen en niet werden besproken. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep bevestigd.