ECLI:NL:RVS:2017:1343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dwangsomverzoek wegens niet tijdig beslissen huurtoeslag 2012
De appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om een dwangsom toe te kennen wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de huurtoeslag 2012. De Belastingdienst wees dit verzoek af, omdat de dwangsomregeling pas vanaf het berekeningsjaar 2013 geldt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat toepassing van de regeling op 2012 niet vereist is en geen strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel.
Appellant voerde aan dat het besluit ondeugdelijk gemotiveerd was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, omdat het verzoek in 2015 werd ingediend. De Afdeling oordeelde dat de wettelijke regeling duidelijk maakt dat de dwangsomregeling niet van toepassing is op besluiten over 2012, en dat dit geen discriminatie oplevert. Ook is geen verplichting om een apart besluit te nemen op het dwangsomverzoek van 30 september 2015.
Het beroep op de hoorplicht faalde omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee het verzoek om dwangsom definitief werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om dwangsom wegens niet tijdig beslissen huurtoeslag 2012 wordt definitief afgewezen.