ECLI:NL:RVS:2018:3333
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek huurtoeslag 2010 wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft appellant verzocht om herziening van de huurtoeslag over het jaar 2010. De Belastingdienst/Toeslagen had eerder de huurtoeslag definitief vastgesteld op nihil en de verstrekte voorschotten teruggevorderd, omdat appellant mede-eigenaar zou zijn van de woning. Appellant betwistte dit en stelde dat hij geen mede-eigenaar was, maar toeslagpartner van de eigenaar.
De rechtbank oordeelde dat het herzieningsverzoek buiten de wettelijke termijn van vijf jaar was ingediend, zoals bepaald in artikel 5a van de Uitvoeringsregeling Awir, en wees het verzoek af. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de Belastingdienst een actieve herzieningsplicht heeft zodra blijkt dat een besluit onjuist is, en dat dit reeds vóór het verstrijken van de termijn het geval was.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Uit artikel 5a volgt dat herziening alleen mogelijk is als de tegemoetkoming op een te laag bedrag is vastgesteld, wat hier niet het geval is. Het feit dat de motivering onjuist was, leidt niet tot een ander oordeel. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de huurtoeslag over 2010 wordt afgewezen vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.