ECLI:NL:RVS:2016:2109
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilvaststelling huurtoeslag wegens fiscaal partnerschap met eigenaar
Appellant huurde een appartement in Groningen en ontving aanvankelijk een voorschot huurtoeslag over 2010. De Belastingdienst stelde later definitief vast dat appellant geen recht had op huurtoeslag omdat hij fiscaal partner was van de eigenaar, waardoor hij volgens de wet niet als huurder kon worden beschouwd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat appellant inderdaad geen huurder was in de zin van de Wet op de huurtoeslag, omdat hij mede krachtens een andere hoedanigheid (fiscaal partnerschap) het genot van de woning had. De rechtbank stelde ook vast dat appellant niet in zijn belangen was geschaad door het ontbreken van een hoorzitting in bezwaar.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State deze uitspraak. Hoewel appellant stelde dat hij geen invloed had op de huurprijs en dat hij mocht vertrouwen op het voorschot, verwierp de Raad deze argumenten. De Raad benadrukte dat het voorschot geen recht op toeslag garandeert en dat appellant in beroep voldoende gelegenheid had zijn standpunt toe te lichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilvaststelling van de huurtoeslag bevestigd.