ECLI:NL:RVS:2018:3339
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit huurtoeslag wegens onvoldoende bewijs huurbetaling
Appellant ontving in het begin van 2014 voorschotten huurtoeslag. De Belastingdienst heeft deze toeslag herzien en vastgesteld op nihil omdat appellant niet kon aantonen dat hij de huur daadwerkelijk had betaald. Appellant stelde dat hij voldoende bewijs had geleverd, waaronder een huurovereenkomst, een verklaring van de verhuurder en een uittreksel van de inkomstenbelasting van de verhuurder.
De rechtbank vernietigde het besluit van de Belastingdienst omdat appellant niet was gehoord in bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant onvoldoende bewijs had geleverd. De rechtbank wees erop dat een huurovereenkomst alleen onvoldoende is en dat een verklaring van de verhuurder niet verifieerbaar is zonder objectieve gegevens zoals bankafschriften.
In hoger beroep betoogde appellant dat het bewijs voldoende was en dat het discriminatoir was dat de Belastingdienst meer bewijs eiste dan bij huurders van woningcorporaties. De Raad van State overwoog echter dat de kosten daadwerkelijk betaald moeten zijn en dat het aan appellant is om een deugdelijke administratie te voeren. De verklaring van de verhuurder en het uittreksel uit de belastingaangifte zijn onvoldoende als bewijs zonder aanvullende stukken.
Daarnaast oordeelde de Raad van State dat betalingen in 2018 niet relevant zijn voor toeslag over 2014. Ook het beroep op hogere verletkosten en proceskosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.