ECLI:NL:RVS:2018:3379
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij dwangsom permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst legde appellant op 18 juni 2015 een dwangsom op om de permanente bewoning van een recreatiewoning op een perceel in Terwolde te beëindigen. De begunstigingstermijn werd later verlengd tot 1 januari 2018. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting bleek dat appellant de recreatiewoning inmiddels had verkocht, waardoor de vraag rijst of zij nog een actueel en reëel belang heeft bij het hoger beroep. Appellant voerde aan dat zij schade had geleden door de verkoop onder marktwaarde en dat het hoger beroep daarom nog relevant was.
De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden die voor vergoeding in aanmerking komt. Het college had de verkoop niet verplicht gesteld en de opgelegde dwangsom was niet verbeurd. Hierdoor ontbrak een rechtens te beschermen belang bij het hoger beroep.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De zaak werd daarmee definitief afgesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een actueel en reëel procesbelang.