ECLI:NL:RVS:2018:3419
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 september 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit bij besluit van 8 augustus 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet had geconcludeerd dat de vreemdeling gedurende een jaar legale arbeid had verricht en daarmee rechten had opgebouwd op grond van artikel 6 van Pro Besluit nr. 1/80. Wel was terecht geoordeeld dat de vreemdeling na beëindiging van het dienstverband bij het eerste bedrijf niet meer aan de voorwaarden voldeed voor het verblijfsrecht.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris onterecht had afgezien van het horen van de vreemdeling in de bezwaarfase, wat in strijd is met de artikelen 7:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoewel de afwijzing van de aanvraag inhoudelijk terecht was, leidde deze procedurele tekortkoming tot vernietiging van het besluit van 8 augustus 2017.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter ongewijzigd.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met hoor- en motiveringsregels, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.