ECLI:NL:RVS:2018:3461
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor recreatiewoning ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 18 oktober 2016 een omgevingsvergunning voor het oprichten van een recreatiewoning op een perceel te Bergen, waar een zomerwoning was gesloopt en vervangen door een recreatiewoning op dezelfde fundering. Appellanten, buren van het perceel, stelden dat de vergunning onrechtmatig was omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Bergen Dorpskern-Zuid" en dat een zomerwoning niet gelijkgesteld kon worden aan een recreatiewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het college zich terecht op het standpunt kon stellen dat met de realisering van het bouwplan gebruik werd gemaakt van bestaande rechten, mede omdat het onderscheid tussen zomerwoning en recreatiewoning beleidsmatig was komen te vervallen.
De Afdeling nam ook de motivering van het college over dat de afwijkingen van het bestemmingsplan klein waren, dat het bouwplan voorzien was van een goede ruimtelijke onderbouwing en dat er geen sprake was van een ongewenst precedent. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.