ECLI:NL:RVS:2018:3472
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij afzetting toegangsweg
Appellante, eigenaar van een agrarisch perceel, verzocht handhavend optreden tegen de afzetting van de toegangsweg naar haar perceel. Het college wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk werden verklaard wegens ontbreken van procesbelang.
De rechtbank oordeelde dat de afzetting inmiddels was opgeheven en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden die haar een belang gaf bij het beroep. Appellante stelde dat de toegangsweg een openbare weg is en dat de afzetting in strijd was met het bestemmingsplan, en voerde diverse schadeposten aan.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat hoewel de afzetting heeft geleid tot het missen van een fruitoogst en achterstallig onderhoud, dit onvoldoende was om procesbelang aan te nemen. Juridische kosten en emotionele schade werden niet als direct door het besluit veroorzaakte schade beschouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens ontbreken van procesbelang.