ECLI:NL:RVS:2014:3147
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering handhavend optreden verhuurder
Appellanten hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen de verhuurder van hun voormalige woning vanwege vermeend gevaar voor de gezondheid door achterstallig onderhoud. Het college wees dit verzoek af omdat geen acuut gevaar bestond en de overige geschillen privaatrechtelijk waren.
Na het afwijzingsbesluit en het ongegrond verklaren van het bezwaar, stelde de rechtbank het beroep van appellanten niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de huurovereenkomst was beëindigd en appellanten geen aanvullende schade aannemelijk hadden gemaakt.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij slechts gedeeltelijk schadeloos waren gesteld in een civiele vaststellingsovereenkomst en dat de gemeente geen partij was bij die overeenkomst. De Afdeling oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij meer schade hadden geleden door het bestuursbesluit dan waarvoor zij reeds schadeloos waren gesteld.
Daarom ontbrak procesbelang bij het beroep en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan procesbelang en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.