ECLI:NL:RVS:2018:3487
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering ontheffing plaatsen skihut en sluitingstijden horeca door burgemeester Ermelo
De zaak betreft het hoger beroep van de burgemeester van Ermelo tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die de weigering van ontheffingen voor het plaatsen van een skihut en afwijking van sluitingstijden voor het horecabedrijf van [persoon A] en [bedrijf] vernietigde.
De burgemeester had de ontheffingen geweigerd vanwege constateringen van alcoholverstrekking aan minderjarigen, een onherroepelijke veroordeling van [persoon A] wegens mishandeling, diverse incidenten bij het bedrijf en het vermeende verval van de Drank- en Horecawetvergunning (DHW-vergunning). De rechtbank oordeelde dat de burgemeester de ontheffingen niet in redelijkheid had kunnen weigeren omdat de aangevoerde gronden niet onder de wettelijke weigeringsgronden vielen en de DHW-vergunning niet was vervallen.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat de systematiek van de Algemene plaatselijke verordening (APV) en de Drank- en Horecawet bepalend zijn. De door de burgemeester genoemde omstandigheden betreffen geen gevaar voor de bruikbaarheid en het aanzien van de weg of het toezicht op openbare inrichtingen. Ook is de DHW-vergunning niet vervallen omdat de exploitatie onafgebroken is voortgezet.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die weigering rechtvaardigen en dat de rechtbank terecht de ontheffingen heeft toegekend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.