ECLI:NL:RVS:2018:3502
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J. Kramer
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over exploitatievergunning horeca ondanks bezwaar om overlast
De burgemeester van Bodegraven-Reeuwijk verleende aan belanghebbende een exploitatievergunning voor een restaurant op 12 mei 2015 en een aanvullende vergunning op 23 juli 2015. Wederpartij, wonend naast het restaurant, stelde dat hij overlast ondervond en maakte bezwaar tegen deze vergunningen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 26 oktober 2015 gegrond en vernietigde dit besluit, terwijl het bezwaar tegen de vergunning van 12 mei 2015 niet-ontvankelijk werd verklaard.
De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat hij niet deugdelijk was gehoord en dat de vergunning van 12 mei 2015 was verlopen, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten naar voren te brengen en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de vergunning van 12 mei 2015 was vervallen door de vergunning van 23 juli 2015.
Verder werd geoordeeld dat de vergunning van 23 juli 2015 niet slechts een aanvulling was, maar een nieuwe vergunning voor het restaurant en het terras, waardoor de eerdere vergunning haar geldigheid verloor. Het hoger beroep van de burgemeester werd ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van wederpartij verviel. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.