ECLI:NL:RVS:2018:3503
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J. Kramer
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over exploitatie- en drank- en horecavergunningen voor restaurant in Bodegraven
Bij besluit van 12 mei 2015 verleende de burgemeester aan belanghebbende een exploitatievergunning en drank- en horecavergunning voor een restaurant in Bodegraven. Later, op 23 juli 2015, werden vergunningen verleend voor de exploitatie van het restaurant en een terras. Appellant sub 2, wonend naast het restaurant, stelde overlast te ervaren en maakte bezwaar tegen deze vergunningen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 tegen het terrasgedeelte van de vergunningen gegrond en vernietigde het besluit deels. De burgemeester en appellant sub 2 gingen in hoger beroep. De Raad van State overwoog dat de vergunningen van 23 juli 2015 inmiddels waren uitgewerkt en dat appellant sub 2 geen procesbelang meer had bij de inhoudelijke behandeling daarvan, behalve voor het besluit van 13 november 2015 tot afwijzing van handhavingsverzoek.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht het verzoek om handhavend optreden had afgewezen omdat geen overtredingen waren vastgesteld en belanghebbende maatregelen had genomen om overlast te beperken. Het hoger beroep van appellant sub 2 werd daarom niet-ontvankelijk voor zover het zag op de uitgewerkte vergunningen en ongegrond voor het handhavingsbesluit. Het hoger beroep van de burgemeester werd eveneens ongegrond verklaard. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 2.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard; hoger beroep burgemeester ongegrond; rechtbankuitspraak bevestigd; burgemeester veroordeeld tot proceskostenvergoeding.