ECLI:NL:RVS:2018:3523
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 2 maart 2017 een boete van € 2.000 op aan de wederpartij wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat het boeterapport onvoldoende grondslag bood om de wederpartij als werkgever aan te merken. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de wederpartij feitelijk als werkgever moet worden aangemerkt omdat de vreemdeling werkzaamheden verrichtte in een container die door de wederpartij werd gehuurd en waarvoor hij verantwoordelijk was. De rechtbank had ten onrechte het boeterapport onvoldoende geacht. Daarnaast faalden de bezwaren van de wederpartij over de hoorprocedure en taalbeheersing.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De boete blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De boete van € 2.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.