ECLI:NL:RVS:2017:3529
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door inzet zonder vergunning
De minister legde appellant een boete van €4.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat appellant een vreemdeling van Afghaanse nationaliteit werkzaamheden liet verrichten zonder vergunning.
Appellant voerde aan dat de verklaring van de vreemdeling onbetrouwbaar was vanwege een verkeerde tolk en dat er geen sprake was van arbeid omdat de vreemdeling uit eigen beweging handelde zonder toestemming. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht het boeterapport en de verklaring van de vreemdeling als bewijs gebruikte en dat het feit dat appellant geen toestemming gaf of wetenschap had van de werkzaamheden niet relevant is voor het werkgeverschap onder de Wav.
Verder stelde appellant dat de werkzaamheden marginaal en eenmalig waren en dat hij voldoende had gedaan om overtreding te voorkomen. De rechtbank verwierp dit, stellende dat appellant niet alles redelijkerwijs mogelijke had gedaan en dat de arbeid niet marginaal was gezien de verklaringen en waarnemingen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee de boete gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.000,- wegens het laten verrichten van arbeid zonder vergunning.