ECLI:NL:RVS:2018:3566
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd locatie Tolhek
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp verleende aan appellant een standplaatsvergunning voor de locatie Tolhek, aanvankelijk voor een korte periode, later verlengd tot 1 februari 2020. Appellant maakte bezwaar tegen de beperkte duur van de vergunning en stelde dat de locatie volledig ontwikkeld was, zodat een vergunning voor onbepaalde tijd had moeten worden verleend.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid in vergunningduur niet onredelijk was, omdat de locatie Tolhek nog niet definitief ontwikkeld is en toekomstige ontwikkelingen mogelijk zijn. Het college had bovendien rekening gehouden met de concrete situatie door de vergunning te verlengen tot 2020. Appellant voerde ook aan dat op grond van een eerdere civiele procedure vertrouwen kon worden ontleend aan een vergunning voor onbepaalde tijd, maar de Raad van State oordeelde dat daarvoor geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.