ECLI:NL:RVS:2019:362
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor dakterras en dakopbouw in strijd met bestemmingsplan
Appellant heeft een omgevingsvergunning gevraagd voor het legaliseren van een groter dakterras en een dakopbouw op een pand in Amsterdam, die zonder vergunning waren gerealiseerd en in strijd waren met het bestemmingsplan. Het college heeft de vergunning geweigerd wegens strijd met redelijke eisen van welstand en het bestemmingsplan, met name artikel 3.4.4 van de planregels Groot Waterloo.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij is overwogen dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de centrale verwarmingsinstallatie en boiler niet inpandig kunnen worden gerealiseerd, zoals vereist door de planregels. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen door het college waren gedaan.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De weigering van de vergunning is terecht, omdat geen uitzonderlijke redenen zijn aangevoerd die een afwijking van de maximale bouwhoogte rechtvaardigen. Het beroep op strijd met redelijke eisen van welstand is niet relevant omdat de vergunning op andere gronden terecht is geweigerd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning wegens strijd met het bestemmingsplan en onvoldoende aantoonbare uitzonderingsgronden.