ECLI:NL:RVS:2018:3570
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 september 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 oktober 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, gelet op de omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Hierdoor mag de vreemdeling niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure niet wordt uitgezet, waardoor zijn recht op een eerlijk proces en hoor en wederhoor wordt gewaarborgd. De beslissing is genomen door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos en griffier M.E. van Laar op 30 oktober 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.