ECLI:NL:RVS:2018:361
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens onjuiste toepassing Terugkeerrichtlijn
De staatssecretaris verklaarde een vreemdeling ongewenst vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en een gevangenisstraf voor het binnenbrengen van cocaïne. De vreemdeling, met Colombiaanse nationaliteit en een Spaanse verblijfsvergunning, maakte bezwaar tegen deze maatregel. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de Europese Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG). De staatssecretaris voerde aan dat de ongewenstverklaring geen terugkeerbesluit was en dat de richtlijn daarom niet van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze uitleg onjuist was, omdat de vreemdeling niet als gemeenschapsonderdaan kon worden aangemerkt en de richtlijn wel degelijk van toepassing is. Hierdoor kon niet worden afgezien van toetsing aan het unierechtelijke openbare orde-begrip.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Het besluit van 13 april 2016, dat de ongewenstverklaring handhaafde, kon niet in stand blijven. Hiermee werd de rechtmatigheid van de procedure en de toepassing van het Europese recht gewaarborgd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de ongewenstverklaring en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.