ECLI:NL:RVS:2018:3615
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herregistratie huisarts wegens onvoldoende praktijkwerkzaamheden
Appellant, sinds 1977 geregistreerd als huisarts, vroeg herregistratie aan maar verrichtte in de referteperiode (2011-2016) geen werkzaamheden als huisarts in een huisartspraktijk, maar voornamelijk als arts voor gedetineerden. De Registratiecommissie wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de eisen van het Besluit huisartsgeneeskunde en het Besluit herregistratie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat zijn ruime ervaring en werkzaamheden in de penitentiaire zorg meegewogen moesten worden en dat de regelgeving ruimte laat voor geclausuleerde herregistratie, maar deze argumenten werden verworpen.
De Afdeling oordeelde dat de werkzaamheden van een arts voor gedetineerden specialistischer en beperkter zijn dan die van een huisarts in een praktijk en dat de Registratiecommissie terecht een belangenafweging maakte waarbij het algemeen belang zwaarder woog dan het persoonlijke belang van appellant. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er een objectieve rechtvaardiging bestaat voor het onderscheid.
De Afdeling concludeert dat appellant niet voldoet aan de herregistratie-eisen en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herregistratie als huisarts wordt bevestigd.