ECLI:NL:RVS:2018:3622
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- A.W.M. Bijloos
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete arbeidsomstandighedenwet na herziening bedrijfsgroottecriteria
De minister legde aan appellant een bestuurlijke boete van €3.600 op wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep oordeelde de Raad van State dat de minister de boete onjuist had gemotiveerd, met name wat betreft de berekening van de bedrijfsgrootte en het aantal voltijd werknemers.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de minister ten onrechte uitging van een voltijd werkweek van 35 uren, terwijl een werkweek van 38 uren meer passend is. Hierdoor werd het fictieve aantal werknemers te hoog ingeschat, waardoor de boete onterecht hoger was vastgesteld. De Raad van State vernietigde het eerdere besluit en stelde de boete vast op €1.800, de juiste hoogte voor een bedrijf in de categorie van vijf tot negen werknemers.
Daarnaast werd het bezwaar van appellant tegen de boete gegrond verklaard en het besluit van 6 april 2016 vernietigd. De Afdeling wees verder af om de boete te matigen op basis van financiële jaarcijfers, omdat deze onvoldoende inzicht boden. De staatssecretaris werd gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste en deugdelijke motivering bij boeteoplegging en de correcte toepassing van beleidsregels, met name bij de bepaling van bedrijfsgrootte en het aantal voltijd werknemers.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €1.800 in plaats van €3.600 vanwege een correcte berekening van de bedrijfsgrootte op basis van een voltijd werkweek van 38 uren.