ECLI:NL:RVS:2018:3623
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan en omgevingsvergunning Eemshaven Zuidoost
De raad van de gemeente Eemsmond stelde op 20 juli 2017 het bestemmingsplan Eemshaven Zuidoost vast, gericht op de uitbreiding van bedrijventerrein en de plaatsing van windturbines. Het college verleende op 25 september 2017 een omgevingsvergunning voor vijf windturbines. Appellanten, eigenaren en bewoners nabij het plangebied, voerden beroep aan tegen beide besluiten met diverse gronden, waaronder procedurele bezwaren, milieueffectrapportage, geluidhinder, externe veiligheid, flora en fauna, en financiële uitvoerbaarheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de procedurele aspecten correct waren verlopen, dat het MER voldeed aan wettelijke eisen, en dat de raad de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt. Geluidsonderzoek toonde aan dat de geluidbelasting binnen de geldende normen bleef, ook rekening houdend met cumulatie. Externe veiligheidseisen werden nageleefd, en de plaatsing van windturbines in zichtlijnen was gerechtvaardigd. De financiële uitvoerbaarheid was voldoende onderbouwd.
Ten aanzien van de omgevingsvergunning werd geoordeeld dat toetsing aan het nieuwe bestemmingsplan terecht was toegepast, dat de bandbreedte voor windturbinehoogte toelaatbaar was, en dat de windturbines voldeden aan het Bouwbesluit 2012. Welstandscriteria waren niet van toepassing vanwege de tijdelijke aard van de bouwwerken. Alle beroepsgronden werden verworpen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.