ECLI:NL:RVS:2018:616
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing vergunning en inpassingsplan windpark De Drentse Monden en Oostermoer
Het college en de ministers hebben vergunningen en een inpassingsplan vastgesteld voor het windpark De Drentse Monden en Oostermoer, bestaande uit 45 windturbines met een gezamenlijk vermogen van circa 150 MW. Diverse appellanten, waaronder bewoners, ondernemers en belangenorganisaties, hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten vanwege onder meer procedurele en inhoudelijke bezwaren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de ontvankelijkheid van de beroepen beoordeeld en vastgesteld dat alleen belanghebbenden die binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de windturbines wonen, ontvankelijk zijn. Vervolgens is het toetsingskader uiteengezet, waarbij onder meer de rijkscoördinatieregeling en het Verdrag van Aarhus zijn betrokken.
De Afdeling heeft geoordeeld dat het windpark als één productie-installatie kan worden aangemerkt vanwege geografische en organisatorische samenhang, waardoor de rijkscoördinatieregeling terecht is toegepast. Beroepen over nieuwe gronden na beroepstermijn zijn buiten beschouwing gelaten. De Afdeling heeft ook vastgesteld dat de inspraakmogelijkheden en kennisgevingen voldoen aan de wettelijke en Europese eisen.
Inhoudelijk is het nut en de noodzaak van het windpark beoordeeld aan de hand van het Energieakkoord en Europese doelstellingen voor duurzame energie. Alternatieven zoals zonneparken en windenergie op zee zijn besproken, maar het windpark is in redelijkheid noodzakelijk geacht. De milieueffectrapportage is als voldoende en zorgvuldig beoordeeld. Diverse andere beroepsgronden over draagvlak, objectiviteit van onderzoeken, en planwijzigingen zijn verworpen. Het beroep is in zijn geheel afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningen en het inpassingsplan voor het windpark De Drentse Monden en Oostermoer worden afgewezen.