ECLI:NL:RVS:2018:3642
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor vreemdeling 2 wegens ondeugdelijke motivering
Bij verschillende besluiten van 25 augustus 2016 heeft de staatssecretaris aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf voor meerdere vreemdelingen afgewezen. De daarop volgende bezwaren werden bij besluit van 3 mei 2017 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen op 12 januari 2018 ongegrond. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Voor vreemdelingen 1, 3 en 4 oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak. Voor vreemdeling 2 oordeelde de Afdeling dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd, omdat niet was voldaan aan de nieuwe vaste gedragslijn van de staatssecretaris omtrent het betrekken van onofficiële documenten bij de beoordeling van identiteit en familierelaties.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit en verklaarde het hoger beroep gegrond voor zover het betrekking had op vreemdeling 2. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De overige besluiten en uitspraken bleven in stand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor vreemdeling 2 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.