ECLI:NL:RVS:2018:3646
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vreemdelingenbewaring wegens ontbreken terugkeerbesluit
De vreemdeling werd op 13 augustus 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of er een terugkeerbesluit was genomen, terwijl dit een vereiste is voor het opleggen van vreemdelingenbewaring. De staatssecretaris erkende dat geen terugkeerbesluit was genomen. Hierdoor was de maatregel van bewaring onrechtmatig en werd het hoger beroep gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding van € 2.290 toegekend over de periode van bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring wordt vernietigd wegens het ontbreken van een terugkeerbesluit.