ECLI:NL:RVS:2013:BZ8677
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Maatregel van vreemdelingenbewaring onrechtmatig wegens ontbreken terugkeerbesluit vooraf
De vreemdeling werd op 14 februari 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld, terwijl het terugkeerbesluit op diezelfde datum werd genomen, dus niet voorafgaand aan de bewaring. De rechtbank Den Haag oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was omdat het terugkeerbesluit kort na de inbewaringstelling was genomen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 10 mei 2011.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt echter dat deze eerdere uitspraak alleen gold voor een overgangsperiode kort na de implementatietermijn van de Terugkeerrichtlijn. Nu de staatssecretaris voldoende tijd heeft gehad om de uitvoeringspraktijk op orde te brengen, is het ontbreken van een terugkeerbesluit vooraf aan de bewaring onrechtmatig.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond, en beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel. Tevens wordt aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend voor de periode van bewaring en worden proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan de vreemdeling.