ECLI:NL:RVS:2018:3688
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning bouw woning in Statenkwartier Den Haag
Bij besluit van 20 oktober 2016 verleende het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning van twee bouwlagen op een bedrijfsperceel in het Statenkwartier. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en vernietigde het besluit van 27 maart 2017.
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit van 20 oktober 2016 als een vervangend besluit moest worden gezien in de lopende procedure en dat bezwaar maken niet nodig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat het besluit van 20 oktober 2016 inhoudelijk en qua bevoegdheidsgrondslag samenhing met het eerdere besluit van 7 oktober 2014.
Inhoudelijk betoogde appellant dat het bouwplan niet voldeed aan de bezonningsnormen en dat er sprake zou zijn van uitzichtverlies, privacyverlies en waardevermindering van zijn woning. De Afdeling stelde vast dat het bouwplan grotendeels in overeenstemming was met het bestemmingsplan en dat de afwijkingen (erker en gevelwijziging) vergunningplichtig waren maar geen aanleiding gaven tot weigering van de vergunning. De bezonningsonderzoeken zagen op het gehele bouwplan en niet op de afwijkingen.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.