ECLI:NL:RVS:2018:3694
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering college tot besluit op handhavingsverzoek minicampings Veere
Appellant A en AGRAFORCE hebben het college van burgemeester en wethouders van Veere verzocht handhavend op te treden tegen de exploitatie van kleinschalige kampeerterreinen door anderen dan vergunninghouders. Het college weigerde een besluit te nemen en stelde dat het verzoek geen aanvraag was, omdat appellant A en AGRAFORCE geen belanghebbenden zouden zijn.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het verzoek geen aanvraag zou zijn en appellant A en AGRAFORCE geen belanghebbenden waren. Het hoger beroep richtte zich op deze onjuiste beoordeling van het belanghebbende begrip. De Afdeling oordeelde dat appellant A en AGRAFORCE wel belanghebbenden zijn, omdat zij in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied opereren en feitelijke gevolgen kunnen ondervinden van handhavend optreden.
De Afdeling vernietigde de weigering van het college en stelde dat het college binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd vastgesteld dat het college een dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig nemen van een besluit, en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de weigering van het college om een besluit te nemen is vernietigd en het college is verplicht binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.