ECLI:NL:RVS:2018:3746
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen schorsing aanwijzing Stint als bijzondere bromfiets
Bij besluit van 1 oktober 2018 heeft de minister de aanwijzing van de Stint als bijzondere bromfiets geschorst, waardoor deze voertuigen niet meer op de openbare weg mogen rijden. Appellante, werkzaam in de kinderopvang en gebruiker van de Stint, maakte bezwaar tegen dit besluit. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, Awb, tegen uitspraken van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, Awb geen hoger beroep mogelijk is, tenzij sprake is van schending van fundamentele procesbeginselen. In dit geval is dat niet aangetoond. De Raad verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.
Verder oordeelt de Raad dat eventuele procedurele tekortkomingen tijdens de bezwaarprocedure kunnen worden hersteld en dat appellante de mogelijkheid heeft een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in te dienen bij de voorzieningenrechter. De Raad beveelt terugbetaling van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en beveelt terugbetaling van het griffierecht.