ECLI:NL:RVS:2018:3761
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen meerderjarige Yezidi vrouw en ouders
De zaak betreft een Yezidi vrouw met de Iraakse nationaliteit die een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraagt. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat er geen sprake is van 'more than normal emotional ties' tussen haar en haar ouders, een vereiste voor beschermenswaardig familie- of gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de beleidswijziging in 2016 geen materiële verandering bracht voor niet-jongvolwassen meerderjarige kinderen en dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de relatie tussen de vreemdeling en haar ouders niet verder gaat dan een gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De staatssecretaris baseerde dit op verklaringen dat de vreemdeling altijd thuis heeft gewoond, nooit getrouwd is geweest, geen opleiding volgde en financieel afhankelijk is van haar vader, maar toch zelfstandig kan functioneren. Culturele verschillen en afwezigheid van mannelijke familieleden in Irak zijn onvoldoende om meer dan normale emotionele banden aan te nemen.
De Raad van State bevestigt dat zonder beschermenswaardig familie- of gezinsleven geen belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro nodig is en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens het ontbreken van beschermenswaardig familie- of gezinsleven.