ECLI:NL:RVS:2018:3822
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.B.M. Hent
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling evenementenkalender 2016 en weigering plaatsing dancefestival Rotterdam Outdoor
Rotterdam Outdoor organiseerde in 2014 en 2015 een dancefestival waarvoor zij vergunningen had ontvangen. Voor 2016 diende zij een aanvraag in om het evenement opnieuw te organiseren en aan te melden voor plaatsing op de evenementenkalender. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam nam het evenement niet op in de kalender en verklaarde het bezwaar van Rotterdam Outdoor ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelt Rotterdam Outdoor dat de procedure niet transparant was en dat het advies van Rotterdam Festivals (RF) onterecht leidde tot het niet plaatsen van het evenement. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de evenementenkalender slechts mag vaststellen op basis van de impact van evenementen op de omgeving en het verkeer, zoals bepaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv). De inhoudelijke beoordeling van het dancefestival, waaronder de culturele meerwaarde, mocht niet worden meegewogen.
De Afdeling vernietigt het besluit en het vonnis van de rechtbank wegens strijd met artikel 3:4 en Pro 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het college hoeft geen nieuw besluit te nemen omdat het kalenderjaar 2016 is verstreken. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Rotterdam Outdoor.
Uitkomst: Het besluit om het dancefestival niet op de evenementenkalender 2016 te plaatsen wordt vernietigd wegens strijd met de Apv en onvoldoende motivering.