ECLI:NL:RVS:2018:3832
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderbouwing toekenning dubbelbestemming Waterstaat - Bergend regime in bestemmingsplan Bedrijventerrein Noordhoek
De zaak betreft het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Noordhoek' vastgesteld door de raad van Papendrecht op 14 september 2017. Appellante betoogt dat de dubbelbestemming 'Waterstaat - Bergend regime' ten onrechte is toegekend aan een driehoekig stuk grond grenzend aan de rivier de Noord, dat deel uitmaakt van het bedrijventerrein De Noordhoek. Volgens appellante was dit stuk grond niet als waterbergend gebied aangewezen door Rijkswaterstaat en is het onduidelijk waarom deze bestemming is toegekend.
De raad stelt dat de dubbelbestemming is toegekend in overeenstemming met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Beleidsregels grote rivieren, waarmee het waterbeleid van het Rijk wordt gewaarborgd. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het plangebied inderdaad aan de rivier de Noord ligt en dat de dubbelbestemming is opgenomen om te voldoen aan het Barro. Echter, het is onduidelijk welke bestemming het betreffende stuk grond had op het maatgevende tijdstip 14 juli 2006, het moment van inwerkingtreding van de Beleidsregels grote rivieren.
De Afdeling merkt op dat het stuk grond sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 'Aan de Noord' in 2007 deel uitmaakt van het bedrijventerrein De Noordhoek. De raad heeft niet voldoende inzicht gegeven waarom de dubbelbestemming is toegekend enkel op basis van de Beleidsregels grote rivieren, terwijl die beleidsregels niet van toepassing zijn op het bedrijventerrein. Daarom is het plan in zoverre in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vastgesteld. Het betoog van appellante slaagt.
Ten aanzien van de Staat van Bedrijfsactiviteiten oordeelt de Afdeling dat de raad redelijk heeft gehandeld door bedrijfsactiviteiten tot milieucategorie 3.2 toe te staan en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de raad onredelijk heeft gehandeld. De raad wordt opgedragen binnen 16 weken het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuw besluit bekend te maken.
Uitkomst: De raad wordt opgedragen binnen 16 weken het gebrek in het bestemmingsplan te herstellen en de toekenning van de dubbelbestemming nader te motiveren.