Uitspraak
Datum uitspraak: 24 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep gegrond verklaard tegen het besluit van de raad van de gemeente Papendrecht van 14 september 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Noordhoek. De vernietiging betreft een driehoekig stuk grond grenzend aan de Noord waaraan de dubbelbestemming Waterstaat - Bergend regime was toegekend.
De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak van 21 november 2018 dat de raad onvoldoende had onderbouwd waarom deze dubbelbestemming was toegekend. De raad had zich uitsluitend gebaseerd op de Beleidsregels grote rivieren zonder inzicht te geven in de planologische situatie ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregels in 2006. Hierdoor was onduidelijk of deze beleidsregels van toepassing waren op het betreffende stuk grond.
Naar aanleiding van deze tussenuitspraak heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd door de dubbelbestemming van het stuk grond te verwijderen, mede op basis van overleg met Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid. Rijkswaterstaat stelde dat de beleidsregels innerlijke tegenstrijdigheden bevatten en dat alleen gronden buiten het bedrijventerrein de dubbelbestemming behoorden te krijgen. De Afdeling constateert dat het beroep van appellante door haar intrekking van rechtswege is komen te vervallen.
De Afdeling wijst proceskosten af wegens onvoldoende bewijs van beroepsmatige rechtsbijstand en gelast de raad het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Noordhoek is vernietigd voor het stuk grond met de dubbelbestemming Waterstaat - Bergend regime wegens onvoldoende onderbouwing.