ECLI:NL:RVS:2018:3864
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens strijd met bestemmingsplan en onjuiste toepassing Bouwbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk verleende op 4 april 2016 een omgevingsvergunning aan belanghebbende A voor het verbouwen van twee aaneengesloten loodsen tot woning en garage op een perceel te Winterswijk Kotten. Appellant betoogde dat de vergunning onrechtmatig was omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan, dat voorschrijft dat de bestaande bebouwing eerst volledig gesloopt moet zijn voordat een vergunning voor nieuwbouw kan worden verleend. Daarnaast stelde appellant dat het college en de rechtbank ten onrechte geen aanvullende eisen stelden aan de muur tussen zijn woning en de te realiseren garage, terwijl volgens een expertiserapport fysieke wijzigingen aan de muur plaatsvinden en isolatie-eisen van toepassing zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de vergunning onrechtmatig had verleend omdat het bestemmingsplan expliciet vereist dat de sloop van de aanwezige bebouwing voltooid moet zijn voordat een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning kan worden afgegeven. Het college had dit niet afgewacht en de vergunning onder voorwaarde van sloop verleend, wat niet was toegestaan. Verder stelde de Afdeling vast dat de verbouwing van de schuur tot garage met open voorzijde niet automatisch leidt tot toepassing van het Bouwbesluit op de muur, tenzij fysieke wijzigingen aan de muur plaatsvinden. Wel zijn de isolatie-eisen van afdeling 5.1 van het Bouwbesluit van toepassing op het vullen van openingen in de muur die leiden naar verblijfsruimtes zoals de keuken van appellant. De rechtbank had dit ten onrechte niet erkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank Gelderland en het besluit van het college van 13 december 2016, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten aan appellant. Tevens werd het door appellant betaalde griffierecht aan hem vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.