ECLI:NL:RVS:2018:3887
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen wegens proceskostenveroordeling
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een boete van €12.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard, zonder de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten die appellant heeft gemaakt in verband met het beroep wegens niet tijdig beslissen. De overige onderdelen van de uitspraak worden bevestigd. De Afdeling wijst erop dat appellant geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die herziening van het boetebesluit rechtvaardigen.
Verder wordt vastgesteld dat de schriftelijke uiteenzetting van de staatssecretaris tijdig was ingediend en dat de verzoeken van appellant terecht als herzieningsverzoeken zijn aangemerkt. De Afdeling veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak dat de staatssecretaris niet in de proceskosten veroordeelde en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.