ECLI:NL:RVS:2018:3889
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gesubsidieerde rechtsbijstand wegens bedrijfsmatig handelen
De appellant heeft op 15 september 2016 een aanvraag ingediend voor gesubsidieerde rechtsbijstand om te beoordelen of cassatieberoep mogelijk was tegen een arrest waarbij hij failliet werd verklaard. De raad wees de aanvraag af omdat het rechtsbelang betrekking had op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, zonder dat een uitzondering van artikel 12 lid 2 sub e Wrb Pro van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de afwijzing. In hoger beroep betoogde appellant dat de aanvraag betrekking had op zijn persoonlijke positie en dat artikel 12 Wrb Pro niet van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het rechtsbelang weliswaar privé is, maar voortkomt uit bedrijfsmatig handelen, namelijk het faillissement van een onderneming waarbij appellant betrokken was.
De Afdeling concludeerde dat de raad terecht de toevoeging heeft geweigerd omdat het geschil voortvloeit uit bedrijfsmatig handelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor gesubsidieerde rechtsbijstand wegens bedrijfsmatig handelen.